19.02.08

Geschiedenis Rijsbergen

Geschiedenis van de Kennedymars in Rijsbergen

President John F. Kennedy bekritiseerde het leger vanwege de slechte fysieke conditie van de militairen. Ze zouden nog geen 50 mijl (80 km) binnen 20 uur kunnen afleggen. John Kennedy heeft zelf deze prestatie nooit geleverd, maar zijn broer Robert, de toenmalige minister van Justitie, nam de uitdaging wel aan en hij slaagde erin om de 50 mijl onder bizar slechte weersomstandigheden binnen de 18 uur te overbruggen.

Dit initiatief werd door de burgerbevolking overgenomen en zo ontstond de zgn. Kennedymars. Na zijn dramatische dood (de president werd op 22 november 1963 in Dallas in Texas vermoord) waaide deze rage over naar Europa. Dit initiatief werd door de burgerbevolking overgenomen en zo ontstond de zgn. Kennedymars.

In 1965 gingen twee Rijsbergenaren een weddenschap aan om een bak bier dat ook zij een Kennedymars konden lopen. Johan Verheijen en André Pemen waren de twee mannen die het 80 km lange avontuur aandurfden. Johan zou de mars zelfs op klompen lopen. Er verscheen een stukje in de krant en op de bewuste avond stonden maar liefst twintig jongelui klaar bij de cafetaria van Kees van Disseldorp in de St. Bavostraat om aan deze mars mee te doen. Lichte paniek want er was helemaal niets geregeld: geen routebeschrijving en geen vervoer van bagage. In allerijl werden nog enige zaken geregeld voor de verzorging onderweg. De route, die achteraf ruim 90 km bleek te zijn, liep via Breda, Oosterhout, Kaatsheuvel, Tilburg, Riel, Alphen, Baarle Nassau, Chaam, Galder en vervolgens terug naar Rijsbergen.

Ondanks alle gebreken werd deze eerste mars een geweldig succes. En nog hetzelfde jaar werd een tweede mars georganiseerd, beter voorbereid weliswaar,  maar toch nog met een  matige organisatie. Zo werden de uitvallers met een auto naar een centraal punt in Kaatsheuvel gebracht, vanwaar ze met een grote veewagen naar het Kennedyplein in Rijsbergen vervoerd werden. Als ze daar strompelend uitkwamen werden ze verder aan hun lot overgelaten.

Kort daarna werd een comité gevormd bestaande uit Johan Verheijen, André Pemen, Frans Luijten, Neel en Henny Hoppenbrouwers en Bernard Trip. Er werd ook contact gelegd met Robert Kennedy, broer van de vermoorde president en in 1965 ontving het comitë een sympathiebetuiging van hem. Dat was een geweldige stimulans voor de organisatie. Helaas werd ook deze Kennedy in 1968 tijdens een verkiezingscampagne voor het Amerikaanse presidentschap vermoord.

In de beginjaren beleefde de mars een bloeiperiode met soms meer dan tweehonderd deelnemers. In de loop der jaren werden de route en het  verzorgingssysteem voortdurend aangepast. Ook de vertrek- en aankomstplaatsen wisselden geregeld: Harmoniezaal, Koutershof, Café “Het Hoekske” en ook nog het inkorflokaal van de duivenvereniging bij disco “Den Brabander”. Later vertrok men vanuit een grote tent op het Kennedyplein. De communicatie met verzorgings- en bezemwagens verliep met behulp van 27 MHz zend- en ontvangapparatuur, de zgn. “bakjes”.

Langzaam veranderde ook de aard van het deelnemersveld. In de beginjaren waren het heel vaak jongelui uit de directe omgeving die om een weddenschap deelnamen, vaak ongetraind, maar langzamerhand kwamen er steeds  betere wandelaars. Legendarisch werd de mars waarin zich een tweestrijd ontwikkelde tussen   Mart Kasteleyns uit Oosterhout  en de plaatselijke rijsbergse vedette Piet Borst. Tijdens deze mars vestigde Piet een recordtijd van 8 uur en 28 minuten, een tijd die sindsdien nooit meer benaderd werd laat staan verbeterd. Sindsdien gaat Piet door het leven als” Mister Kennedymars”.  Hij heeft er in Rijsbergen tot nu toe 42 voltooid, ook een absoluut record.

Nadat de organisatie de route al diverse keren gewijzigd had begon men onder voorzitter Piet van Dongen in 1984 met het lopen van rondjes van 10 km. De route liep toen via de Kruispad en Overasebaan naar Effen en vandaar via de Bredaseweg terug naar Rijsbergen. De verzorging van de wandelaars ( tweemaal per ronde) was hierdoor optimaal. De nieuwe opzet werd door de wandelaars als saai en eentonig ervaren, bovendien gespeend van elke vorm van avontuur. Doordat het aantal deelnemers drastisch begon te dalen leek de Kennedymars een roemloos einde beschoren. Men probeerde de belangstelling weer aan te wakkeren door in `90 en `91 een tocht in te lassen over 50 km. In de twee daaropvolgende jaren werd zelfs een monstertocht over 120 km gehouden, maar de belangstelling hiervoor was minimaal.

In 1997 werd er zelfs geen mars meer georganiseerd en toen Piet van Dongen en Ger Hoppenbrouwers het bijltje er bij neerlegden  leek dat het definitieve einde te betekenen van de rijsbergse Kennedymars. Maar diverse personen wilden dit prachtige wandelevenement niet verloren laten gaan en er werd een nieuw comitë gevormd o.l.v. Jeanne Verdonk, zelf een enthousiast wandelaarster. Samen met haar zorgden  Annie Dictus, Jürgen Verpalen, Theo Martens, André Kustermans en de man van het eerste uur, André Pemen voor nieuw elan met daaraan gekoppeld een nieuwe formule.

Het centrale punt in de nieuwe opzet werd toen de Harmoniezaal aan de Lagestraat, van waaruit twee verschillende  lussen van 20 km gelopen werden  met daarna de afsluitende resterende 40 km door de vijf kerkdorpen Zundert, Wernhout, Achtmaal, Klein-Zundert en Rijsbergen. Tevens werd de mogelijkheid geboden om uitsluitend de route van 40 km te lopen die inmiddels bekend staat als de “vijfdorpenloop”.

Deze dorpenloop was een schot in de roos, omdat vanaf dat jaar telkens veel wandelaars zich inschrijven die deze afstand beschouwen als een ideale voorbereiding voor de Vierdaagse van Nijmegen die steeds enkele weken daarna plaatsvindt. Vanaf 1999 kan men ook een tocht van 25 km lopen, ideaal voor de minder getrainde wandelaars. Met deze nieuwe formule, waarbij men een keuze kan maken uit drie afstanden kan de organisatie van de Kennedymars met vertrouwen de toekomst tegemoet zien.

Zij nog vermeld dat het huidige comité bestaat uit Jan Dictus, Theo Martens, Ludo Gommers, Marc Cranenburg, Mariette Aarts en Thea van Nispen.